ECLI:NL:CRVB:2009:BI3121
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WIA-uitkering wegens onjuiste eerste arbeidsongeschiktheidsdag
Appellante had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om haar per 30 december 2006 geen WIA-uitkering toe te kennen, omdat volgens het UWV haar verdiencapaciteit meer dan 65% van het maatmaninkomen bedroeg. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep stelde appellante dat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag onjuist was vastgesteld en dat haar beperkingen niet juist waren weergegeven.
De Raad overwoog dat het UWV niet adequaat had gereageerd op de stelling van appellante dat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag in september 2003 lag. Het UWV had geen beredeneerd standpunt van een bezwaarverzekeringsarts gegeven en het standpunt dat een nieuw besluit tot dezelfde uitkomst zou leiden was onvoldoende onderbouwd met arbeidskundige gegevens.
Verder bleek dat de functie waarop het UWV zich baseerde was geactualiseerd na de datum in geding, en dat de reservefuncties niet zonder toelichting geschikt waren verklaard. Daarom vernietigde de Raad het besluit en de aangevallen uitspraak en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de overwegingen.
De Raad wees ook het verzoek om wettelijke rente af, omdat nadere besluitvorming noodzakelijk is. Tot slot veroordeelde de Raad het UWV in de proceskosten van appellante voor zowel beroep als hoger beroep.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen met nadere onderbouwing.