ECLI:NL:CRVB:2009:BI3391
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellante maakte bezwaar tegen de herziening van haar WAO-uitkering door het UWV, waarbij haar arbeidsongeschiktheid werd teruggebracht van 65-80% naar 35-45% per 21 februari 2006. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel in hoger beroep.
De Raad oordeelt dat het UWV niet in strijd heeft gehandeld met de richtlijn medisch arbeidsongeschiktheidscriterium (MAOC) zoals gecodificeerd in het Schattingsbesluit. De medische rapporten van de psycholoog en neuroloog van appellante leiden niet tot het aannemen van meer beperkingen dan reeds in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) zijn opgenomen. Het neuropsychologisch onderzoek toont geen afwijkingen die een beperking in aandacht rechtvaardigen die niet reeds in de FML is verwerkt.
De Raad volgt het standpunt van de bezwaarverzekeringsarts dat de urenbeperking is komen te vervallen omdat er geen objectieve redenen zijn voor een dergelijke beperking. De arbeidskundige beoordeling bevestigt dat appellante in staat is om de voor haar geschikte functies te vervullen, zoals schadecorrespondent, telefonist, receptionist en bezorger. De Raad ziet geen aanleiding de aangevallen uitspraak te vernietigen en bevestigt de herziening van de WAO-uitkering.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd en het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard.