ECLI:NL:CRVB:2009:BI3464
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering met urenbeperking na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante, sinds 1998 arbeidsongeschikt vanwege diverse pijnklachten, ontving vanaf 1999 een WAO-uitkering van 80-100%. In 2006 werd deze uitkering herzien naar 45-55%, met een urenbeperking van gemiddeld 20 uur per week, omdat zij weer in staat werd geacht aan het arbeidsproces deel te nemen.
Appellante maakte bezwaar tegen deze herziening en stelde dat zij niet in staat was om 20 uur per week te werken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de verzekeringsartsen zorgvuldig onderzoek hadden verricht en dat er geen aanwijzingen waren voor een grotere urenbeperking dan vastgesteld in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).
In hoger beroep herhaalde appellante haar grieven, maar bracht geen nieuwe medische gegevens aan die haar volledige arbeidsongeschiktheid konden onderbouwen. De Raad vond het medisch onderzoek voldoende zorgvuldig en oordeelde dat het Uwv terecht uitging van duurzaam benutbare mogelijkheden conform de FML. Klachten die na de beoordelingsdatum ontstonden, werden niet relevant geacht.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering met een urenbeperking van 20 uur per week wordt bevestigd.