ECLI:NL:CRVB:2009:BI3529
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Vergoeding ooglidcorrectie wegens gezichtsveldbeperking toegewezen na vernietiging eerdere afwijzing
Appellant verzocht VGZ om vergoeding van een (boven)ooglidcorrectie wegens een gezichtsveldbeperking veroorzaakt door verslapte bovenoogleden. VGZ wees de aanvraag af op grond van een wijziging in de Regeling medisch-specialistische zorg per 1 januari 2005, die de vergoeding beperkte tot aangeboren afwijkingen of bij geboorte aanwezige chronische aandoeningen.
De rechtbank bevestigde deze afwijzing, stellende dat de gewijzigde regeling zonder overgangsbepalingen onmiddellijke werking heeft en dat appellant niet voldeed aan de criteria. Appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep, die een deskundige benoemde. Deze concludeerde dat er sprake was van een relevante gezichtsveldbeperking door verslapte oogleden, die in de loop van de dag toenam.
De Raad oordeelde dat de gewijzigde regeling inderdaad onmiddellijke werking heeft, maar dat in gevallen als deze, waarin het primaire besluit vóór de wijziging was genomen, het oude recht kan worden toegepast indien dit gunstiger is. De deskundige bevestigde dat appellant in de periode in geding een relevante gezichtsveldbeperking had, ondanks het ontbreken van een aangeboren afwijking. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en VGZ verplicht tot vergoeding van de operatiekosten en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en appellant krijgt aanspraak op vergoeding van de ooglidcorrectie.