ECLI:NL:CRVB:2009:BI3599
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- M.C.M. van Laar
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herzieningsbesluit WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidskundige onderbouwing
Appellante maakte bezwaar tegen het door het UWV genomen besluit tot herziening van haar WAO-uitkering, waarbij haar arbeidsongeschiktheid werd herzien van 65-80% naar 45-55%. De rechtbank vernietigde het besluit wegens onvoldoende onderbouwing, maar liet de rechtsgevolgen in stand. In hoger beroep stelde appellante dat de rechtbank onjuist had geoordeeld over de tiendagentermijn en de goede procesorde, en dat de medische beperkingen onjuist waren weergegeven.
De Raad oordeelde dat geen schending van de tiendagentermijn of goede procesorde had plaatsgevonden, omdat de nadere stukken tijdig waren ingediend en appellante voldoende voorbereidingstijd had. Wel stelde de Raad vast dat de arbeidsmogelijkhedenlijst functies bevatte met een overschrijding van de toegestane arbeidsduur, waardoor de onderbouwing van het besluit onvoldoende was.
De Raad vernietigde daarom het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak, en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit op bezwaar moet nemen met inachtneming van de overwegingen. Vergoeding van wettelijke rente werd afgewezen vanwege de noodzaak van nadere besluitvorming. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het bestreden herzieningsbesluit van het UWV wordt vernietigd wegens onvoldoende arbeidskundige onderbouwing en het UWV dient een nieuw besluit op bezwaar te nemen.