ECLI:NL:CRVB:2008:BF0731
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Herziening Wajong-uitkering en urenbeperking bij arbeidsongeschiktheid
Appellant lijdt aan hereditaire drukneuropathie en ontving sinds 2001 een Wajong-uitkering wegens 80-100% arbeidsongeschiktheid. Het UWV trok deze uitkering in 2005 in na een herbeoordeling die een afname van arbeidsongeschiktheid tot onder 25% vaststelde. Na bezwaar stelde een bezwaarverzekeringsarts een urenbeperking van halve dagen vast, leidend tot een herziening van de uitkering naar 55-65% arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen voldoende waren meegewogen, maar vernietigde de functie verkoper confectie als grondslag voor de schatting wegens onvoldoende motivering. Desondanks liet de rechtbank de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat andere passende functies beschikbaar waren.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij ernstiger beperkt was en meer functies ongeschikt waren. De Raad volgde dit niet en vond dat de brief van de neuroloog geen aanleiding gaf tot meer beperkingen. De Raad stelde vast dat de functie verkoper confectie ten onrechte weer bij de schatting was betrokken en dat ook andere functies niet passend waren vanwege overschrijding van de toegestane urenbeperking.
De Raad oordeelde dat overschrijding van het aantal toegestane arbeidsuren per dag niet acceptabel is, ook niet als het aantal uren per week niet wordt overschreden. Hierdoor ontbrak een toereikende arbeidskundige grondslag en vernietigde de Raad de eerdere uitspraak gedeeltelijk. Het UWV moet een nieuw besluit nemen en het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de eerdere uitspraak gedeeltelijk en beveelt het UWV een nieuw besluit te nemen.