Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2009:BI3646

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
12 mei 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-2412 AKW-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens termijnoverschrijding hoger beroep sociale zekerheidszaak

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam in een sociale zekerheidszaak. De Raad heeft het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift niet binnen de wettelijke termijn van zes weken was ingediend.

Appellante heeft verzet gedaan tegen deze niet-ontvankelijkverklaring en stelde dat zij niet eerder hoger beroep kon instellen vanwege communicatieproblemen en het verblijf in het buitenland. Zij ontving een brief van de Sociale verzekeringsbank, zocht telefonisch uitleg en had contact met het Nederlandse consulaat in Spanje.

De Raad oordeelt dat deze omstandigheden niet rechtvaardigen dat het verzuim niet aan appellante kan worden toegerekend. De termijn was duidelijk vermeld en appellante had tijdig stappen kunnen ondernemen om het beroepschrift alsnog binnen de termijn in te dienen. Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard.

De Raad ziet geen aanleiding om appellante te veroordelen in de kosten van het verzet. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 12 mei 2009.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens overschrijding van de termijn voor het indienen van het hogerberoepschrift.

Uitspraak

08/2412 AKW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats] (Spanje), (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 5 maart 2008, 06/4677 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb)
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 2 december 2008 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 2 december 2008 heeft appellante verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 14 april 2009, waar partijen - appellante met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 2 december 2008 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
De termijn van zes weken voor het indienen van een hogerberoepschrift is in dit geval aangevangen op 7 maart 2008, de dag na die waarop een afschrift van de aangevallen uitspraak aan partijen is gezonden. De laatste dag waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend, was 17 april 2008.
Het beroepschrift, gedateerd op 23 april 2008, is eerst bij faxbericht van 23 april 2008, en daarmee na het verstrijken van de termijn, bij de Raad ontvangen.
Appellante heeft in het verzetschrift aangevoerd dat zij niet eerder hoger beroep heeft kunnen instellen. Na de ontvangst van het afschrift van de aangevallen uitspraak heeft zij op 4 april 2008 een brief van de Svb ontvangen. Op 18 april 2008 heeft zij de Svb telefonisch verzocht om uitleg. Op 22 april 2008 heeft zij een brief aan het Nederlandse consulaat te Benidorm (Spanje) gezonden, waarna zij op 23 april 2008 een gesprek met de consul heeft gehad. Op diezelfde dag heeft zij het hogerberoepschrift aan de Raad gefaxt.
De Raad is van oordeel dat de door appellante geschetste feiten en omstandigheden niet leiden tot de conclusie dat het verzuim aan appellante niet kan worden tegengeworpen. Bij de aangevallen uitspraak is duidelijk vermeld dat binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak hoger beroep kan worden ingesteld. Appellante had binnen die termijn de nodige stappen kunnen en moeten zetten om tijdig een hogerberoepschrift in te dienen. Ten minste had zij zich binnen de termijn tot de Raad kunnen wenden, waarna haar zou zijn medegedeeld dat zij ook een niet (volledig) gemotiveerd hogerberoepschrift kon indienen. Dit alles heeft appellante echter niet gedaan.
Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.
Voor een veroordeling in de kosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons. De beslissing is, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier, uitgesproken in het openbaar op 12 mei 2009.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) D.W.M. Kaldenhoven.
GdJ