ECLI:NL:CRVB:2009:BI3745
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging WAO-uitkering wegens ontoereikende medische grondslag
Appellant ontving sinds 1 februari 2001 een WAO-uitkering wegens psychische klachten met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een herbeoordeling beëindigde het UWV per 1 december 2005 de uitkering op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank bevestigde dit besluit.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn klachten waren toegenomen en dat de rapportages van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen niet zorgvuldig waren. Een door de Raad benoemde onafhankelijke psychiater stelde de diagnose PTSS en beperkte belastbaarheid vast, afwijkend van de eerdere verzekeringsartsen. De Raad volgde het oordeel van deze deskundige en oordeelde dat het bestreden besluit op een ontoereikende medische grondslag berustte.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit op bezwaar moet nemen met een nieuwe arbeidskundige beoordeling. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen.