ECLI:NL:CRVB:2009:BI3749
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand na WAJONG-uitkering zonder onaanvaardbare financiële gevolgen
Appellante ontving bijstand sinds oktober 2001 en kreeg vanaf juli 2003 een WAJONG-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%. Het College trok daarop de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde de te veel ontvangen bijstand terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen de terugvordering ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat de terugvordering onaanvaardbare financiële en sociale gevolgen voor haar zou hebben, ondanks dat de terugvordering al was beperkt tot het netto bedrag.
De Raad oordeelde dat het College bevoegd was tot terugvordering en dat het beleid van het College om terugvordering te verrichten tenzij sprake is van onaanvaardbare gevolgen, juist is toegepast. Het enkele feit dat appellante een inkomen op bijstandsniveau heeft, leidt niet tot het oordeel dat de terugvordering onaanvaardbaar is. De uitvoering moet zodanig zijn dat het inkomen van appellante niet onder de beslagvrije voet komt.
De Raad bevestigde het vonnis van de rechtbank en wees het hoger beroep af, zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstand en wijst het hoger beroep af.