ECLI:NL:CRVB:2009:BI3769
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- C.P.M. van de Kerkhof
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging recht op ziekengeld wegens herstel arbeidsongeschiktheid
Appellante was leerling-apothekersassistente en meldde zich ziek op 16 februari 2004. Het UWV verleende haar vanaf 1 augustus 2004 een Ziektewetuitkering. Op 9 november 2004 besloot het UWV het ziekengeld te beëindigen omdat appellante niet langer wegens ziekte ongeschikt werd geacht voor haar eigen of passende arbeid. Dit besluit werd in bezwaar en beroep aanvankelijk vernietigd vanwege twijfels over het medisch oordeel.
Na een nieuw besluit op bezwaar van 25 januari 2007, waarin het UWV zich baseerde op rapportages van een bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige, verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij niet in de gelegenheid was gesteld om inhoudelijk te reageren op de medische rapportage, wat haar belangen zou schaden.
De Raad oordeelde dat de rapportage gebaseerd was op eigen onderzoek en bevestigde de medische gegevens van behandelend specialisten. Omdat appellante geen nieuwe medische informatie had aangeleverd en niet inhoudelijk op de rapportage had gereageerd, was er geen reden het besluit te vernietigen. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld wordt bevestigd.