ECLI:NL:CRVB:2009:BI3822
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- T. Hoogenboom
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke beoordeling intrekking WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid na auto-ongeval
Betrokkene, werkzaam als sociaal pedagogisch medewerker, viel uit na een auto-ongeval met nek- en schouderklachten en ontving een WAO-uitkering. Na herbeoordeling trok het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) de uitkering in wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Betrokkene maakte bezwaar en ging in beroep bij de rechtbank, die het besluit vernietigde vanwege onvoldoende medische onderbouwing en oordeelde dat er meer beperkingen waren dan door UWV aangenomen.
Het hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep volgde, waarbij de Raad constateerde dat de door de rechtbank ingeschakelde deskundige onvoldoende objectieve medische onderbouwing gaf voor de beperkingen en urenbeperking. De Raad volgde daarom niet de deskundige van de rechtbank en stelde dat het bestreden besluit op onjuiste gronden was vernietigd, maar dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand moesten blijven.
Verder werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak was overschreden, wat aanleiding gaf tot heropening van het onderzoek voor een mogelijke schadevergoeding. De Raad veroordeelde UWV in de proceskosten van betrokkene en bepaalde dat de Staat der Nederlanden als partij wordt betrokken in de procedure over de schadevergoeding.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; de zaak wordt heropend voor beoordeling van schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.