ECLI:NL:CRVB:2009:BI3834
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- J.F. Bandringa
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering lening bijstand zelfstandigen na faillissement onderneming
Appellanten, die een metaalbewerkingsonderneming exploiteerden, ontvingen een bedrijfskrediet van €65.000 op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz). Na het faillissement van de onderneming en de hypotheekgever voldeden zij niet aan hun betalingsverplichtingen.
Het College van burgemeester en wethouders van Enkhuizen vorderde de lening inclusief achterstallige rente terug. Appellanten maakten bezwaar en stelden onder meer dat het College discretionaire bevoegdheid had om terugvordering te matigen, dat het vertrouwensbeginsel was geschonden en dat de terugvordering onredelijk was.
De rechtbank wees het beroep af en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat het College een gebonden bevoegdheid heeft tot terugvordering op grond van de Bbz, dat toetsing aan evenredigheid en redelijkheid niet aan de orde is, en dat geen sprake is van schending van het vertrouwens- of rechtszekerheidsbeginsel. Ook was er geen sprake van verjaring.
Verder oordeelde de Raad dat geen dringende redenen bestonden om van terugvordering af te zien, aangezien de persoonlijke omstandigheden van appellanten niet relevant waren op het moment van terugvordering en de terugvordering zodanig moet worden vastgesteld dat de beslagvrije voet wordt gerespecteerd.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De terugvordering van de verstrekte lening inclusief rente wordt bevestigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.