ECLI:NL:CRVB:2009:BI3909
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- M.C. Bruning
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens plichtsverzuim van politieagent na ongeoorloofde ritten en ongepast gedrag
Appellant, werkzaam als surveillant bij de politie, werd ontslagen wegens plichtsverzuim na een grootschalig onderzoek naar ongeoorloofde ritten met dienstauto’s buiten de regiogrenzen en ongepast gedrag. Hij erkende de gedragingen, waaronder ritten naar Amsterdam en Rotterdam tijdens diensttijd, het overtreden van verkeersregels, het misleiden van de meldkamer en het maken van discriminerende opmerkingen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat de korpsbeheerder niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel had gehandeld door een individuele benadering te hanteren bij het opleggen van straffen.
De Raad vond de opgelegde straf proportioneel gezien de ernst van het plichtsverzuim, het misleiden van de meldkamer, het niet beschikbaar zijn voor kerntaken tijdens de ritten en het schaden van het vertrouwen door het taalgebruik. Er was geen bewijs voor een cultuur waarin dergelijke ritten normaal waren. De Raad wees ook een verzoek tot vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens plichtsverzuim wordt bevestigd omdat de straf niet onevenredig is en het gelijkheidsbeginsel niet is geschonden.