ECLI:NL:CRVB:2009:BI4068
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering WAO-uitkering na loonsverhoging
Appellant stelde beroep in tegen de herziening van zijn WAO-uitkering en de terugvordering van een bedrag van €4.706,06 door het Uwv. Hij voerde aan dat de herziening onterecht was vanwege een CAO-loonsverhoging en dat het Uwv ten onrechte was uitgegaan van een te hoge loonwaarde zonder volledig medisch en arbeidskundig onderzoek.
De Raad oordeelde dat het Uwv terecht was uitgegaan van het gerealiseerde loon voor de feitelijke werkzaamheden, mede omdat appellant zelf verklaarde al zeker zes jaar 20 uur per week te werken en dit door de werkgever werd bevestigd. De Raad verwierp het beroep op sociaal loon en vond dat geen volledig onderzoek noodzakelijk was.
Verder werd het beroep op het rechtszekerheidsbeginsel verworpen omdat appellant redelijkerwijs had moeten begrijpen dat de loonsverhoging tot herziening zou leiden, ook al was de herziening met terugwerkende kracht. De terugvordering van het teveel betaalde bedrag werd als terecht bevestigd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering en terugvordering van €4.706,06 worden bevestigd.