ECLI:NL:CRVB:2008:BD7439
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- H.G. Rottier
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na medische en arbeidskundige beoordeling
Appellant viel in 1994 uit wegens een whiplash-trauma en ontving een WAO-uitkering op basis van 80-100% arbeidsongeschiktheid. Het Uwv trok deze uitkering per 4 april 2005 in na herbeoordeling, waarbij een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige appellant geschikt achtten voor licht werk met minder dan 15% arbeidsongeschiktheid.
Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat hij verdergaand beperkt was, dat de vaststelling van het maatmanloon onjuist was en dat het onderzoek onzorgvuldig was. Ook stelde hij dat de redelijke termijn was overschreden, wat een schadevergoeding rechtvaardigde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en ook in hoger beroep bevestigde de Raad dit oordeel.
De Raad oordeelde dat de medische en arbeidskundige grondslagen juist waren vastgesteld en dat de subjectieve klachten van appellant niet leidend konden zijn zonder objectieve vaststelling. De vaststelling van het maatmanloon volgens het Schattingsbesluit was correct toegepast. De Raad zag geen aanleiding tot aanvullend onderzoek of schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, waarmee de intrekking van de WAO-uitkering gehandhaafd bleef.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellant wordt bevestigd wegens juiste medische en arbeidskundige beoordeling en correcte vaststelling van het maatmanloon.