ECLI:NL:CRVB:2009:BI4160
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoeken om herziening periodieke uitkeringen op grond van WUBO en WUV
Appellant, geboren in 1935 en geïnterneerd geweest tijdens de Japanse bezetting, verzocht herziening van besluiten waarbij hem geen periodieke uitkering werd toegekend op grond van de WUBO en WUV. Hij stelde dat hij door clusterhoofdpijnen, mogelijk veroorzaakt door malariabesmetting in de kampen, inkomensderving had geleden en daarom recht had op een periodieke uitkering met ingang van 1 december 1976.
De Raad overwoog dat appellant nooit zijn werkzaamheden in beroep of bedrijf heeft moeten beëindigen of verminderen vanwege zijn oorlogsinvaliditeit, zoals vereist is voor toekenning van een uitkering op grond van artikel 7 WUBO Pro. Zijn beëindiging van werkzaamheden vond plaats door regulier functioneel leeftijdsontslag. Daarnaast was appellant erkend als vervolgde op grond van de WUV, maar had hij geen bezwaar gemaakt tegen het besluit van 23 juni 1977 dat de erkenning betrof, waardoor herziening van de ingangsdatum van de uitkering niet aan de orde was.
De Raad liet het verband tussen clusterhoofdpijnen en vervolging in het midden, stellende dat een eventuele causaliteitsbeoordeling bij toekomstige aanvragen kan plaatsvinden. Gelet op de omstandigheden en het ontbreken van tijdig bezwaar verklaarde de Raad de beroepen ongegrond en wees de verzoeken om herziening af.
Uitkomst: De beroepen van appellant worden ongegrond verklaard en de verzoeken om herziening van periodieke uitkeringen worden afgewezen.