ECLI:NL:CRVB:2009:BI4166
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- M.M. van der Kade
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, sinds 1999 woonachtig in Spanje, was sinds 1983 werkzaam als huishoudelijk medewerkster/kosteres en viel in 1991 uit wegens psychische klachten. Haar WAO-uitkering werd in 1995 beëindigd, waarna zij een WW-uitkering ontving. Na diverse ziekteperioden en een eerdere toekenning van een Ziektewet- en WAO-uitkering, heeft het UWV in 2005 haar WAO-uitkering ingetrokken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%.
In hoger beroep betoogde appellante dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met haar medische beperkingen en dat haar arbeidsduur ten onrechte op 38 uur per week was gesteld in plaats van 70 uur. Medische rapporten van artsen, waaronder een psychiatrisch onderzoek en een functionele mogelijkhedenlijst, bevestigden echter dat zij in staat was tot lichte arbeid en dat de beperkingen juist waren vastgesteld.
De Raad concludeerde dat het UWV de juiste medische beperkingen had gehanteerd en dat de door appellante overgelegde latere medische gegevens niet relevant waren voor de peildatum van 27 juni 2005. Ook zou een hogere urenomvang niet leiden tot een gunstiger resultaat voor appellante. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 27 juni 2005 wordt bevestigd.