ECLI:NL:CRVB:2009:BI4174
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- J.F. Bandringa
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet-melding vermogen
Appellant ontving vanaf november 2002 bijstand, maar beschikte toen over meerdere bankrekeningen met een gezamenlijk vermogen dat het vrij te laten bedrag aanzienlijk overschreed. Het College startte een onderzoek nadat de Belastingdienst informatie verstrekte over deze rekeningen, waarop appellant geen melding had gemaakt. Hierdoor werd de inlichtingenverplichting geschonden.
Appellant voerde aan dat het positieve vermogen werd gecompenseerd door een schuld van FF 150.000,- die hij in 2000 van zijn vader had geleend. Ter onderbouwing overhandigde hij verklaringen van zijn vader en een notariële akte. De Raad oordeelde echter dat het bestaan van deze schuld niet voldoende aannemelijk was gemaakt, mede vanwege tegenstrijdigheden in de verklaringen en het ontbreken van bewijs van opname van het geleende bedrag.
Het College was daarom bevoegd de bijstand over de betreffende periode in te trekken en het te veel betaalde bedrag van € 22.762,79 terug te vorderen. De Raad zag geen bijzondere omstandigheden om van deze beleidsregels af te wijken en wees het hoger beroep af. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Groningen werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.