ECLI:NL:CRVB:2009:BI4341
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.H.M. Roelofs
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering voorschotten bijstand en proceskostenveroordeling
Appellanten ontvingen een bijstandsuitkering op grond van de Algemene bijstandswet (Abw) en vroegen later bijstand aan volgens het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz). Na afwijzing van hun aanvraag werden voorschotten verleend die later werden teruggevorderd door het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage. De rechtbank vernietigde het terugvorderingsbesluit op formele gronden, maar liet de rechtsgevolgen in stand en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het College wel bevoegd was tot terugvordering van de voorschotten op grond van artikel 58, eerste lid, aanhef en onder d, van de Wet werk en bijstand (WWB). De Raad vernietigt het vonnis voor zover het de griffierechtvergoeding en proceskostenveroordeling betreft, en veroordeelt het College tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van appellanten.
De Raad benadrukt dat bij onhoudbaarheid van een besluit op bezwaar het bestuursorgaan in principe in de proceskosten wordt veroordeeld, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen. De terugvordering van voorschotten is terecht gedaan omdat achteraf is vastgesteld dat geen recht op bijstand bestond. De uitspraak van de rechtbank wordt voor het overige bevestigd met verbeterde motivering.
Uitkomst: College is bevoegd tot terugvordering van voorschotten en wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan appellanten.