ECLI:NL:CRVB:2009:BI4370
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroepsmatig verleende rechtsbijstand door directeur taxibedrijf
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, waarin het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten voor rechtsbijstand verleend door de directeur van een taxibedrijf.
De directeur, handelend namens betrokkene, verrichtte advies- en rechtshulpwerkzaamheden voor andere taxibedrijven en declareerde deze werkzaamheden vanuit zijn taxibedrijf. Het UWV weigerde vergoeding omdat het de werkzaamheden niet als beroepsmatig verleende rechtsbijstand beschouwde.
De Raad oordeelt dat de werkzaamheden van de directeur niet slechts incidenteel maar stelselmatig zijn en dat hiervoor vergoeding wordt gevraagd, waardoor sprake is van beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Het feit dat deze werkzaamheden vanuit het taxibedrijf worden verricht en dat het taxibedrijf zich niet profileert als rechtshulpverlener, doet hieraan niet af.
De Raad bevestigt daarmee het oordeel van de rechtbank en veroordeelt het UWV tot betaling van de proceskosten van €161,- die in hoger beroep zijn gemaakt.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de door de directeur verleende rechtsbijstand beroepsmatig is en veroordeelt het UWV tot betaling van €161 aan proceskosten.