ECLI:NL:CRVB:2009:BI4410
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als schoonmaakster, viel op 12 december 2000 uit vanwege long- en andere fysieke klachten. Het UWV weigerde haar een WAO-uitkering toe te kennen per 11 december 2001 omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat onvoldoende rekening was gehouden met haar beperkingen en dat de Functionele Mogelijkheden Lijst innerlijke tegenstrijdigheden bevatte. De Raad overwoog dat het medisch onderzoek door de bezwaarverzekeringsartsen zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij ook de behandelende sector en de behandelend neuroloog waren betrokken.
De Raad vond geen reden om de vastgestelde beperkingen of de geschiktheid van de voorgehouden functies onjuist te achten. De rapporten van de bezwaarverzekeringsarts en de bezwaararbeidsdeskundige lichtten de belastbaarheid en mogelijke overschrijdingen voldoende toe. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.