ECLI:NL:CRVB:2009:BI4421
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing langdurigheidstoeslag na maatregel WWB
Appellant en zijn echtgenote ontvingen bijstand op grond van de WWB. In 2003 werd een verlaging van 10% toegepast wegens het niet meewerken van de echtgenote aan een arbeidsinschakelingonderzoek. Tegen deze maatregel werd geen bezwaar gemaakt, waardoor deze rechtsgeldig werd.
In 2006 vroegen appellant en zijn echtgenote een langdurigheidstoeslag aan, die door het College werd afgewezen omdat volgens het gemeentelijk beleid niet was voldaan aan de voorwaarde dat gedurende de referteperiode van 60 maanden geen verlaging was toegepast. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat het beleid redelijk is en dat het College conform dit beleid heeft gehandeld. De stelling van appellant dat sprake zou zijn van dubbele bestraffing en onduidelijkheid over de gevolgen van de maatregel werd verworpen. Ook het beroep op bijzondere omstandigheden faalde, omdat de echtgenote verwijtbaar handelde door medewerking te weigeren aan een afspraak met een keuringsarts.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het verzoek tot schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag langdurigheidstoeslag wordt bevestigd en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.