ECLI:NL:CRVB:2009:BI4610
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R. Kooper
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot herziening besluit intrekking bijstand wegens betrokkenheid hennepkwekerij
Appellant had bijstand ontvangen die op 22 april 2003 met terugwerkende kracht vanaf 15 november 2000 werd ingetrokken vanwege betrokkenheid bij een hennepkwekerij en het niet melden hiervan. Het College van Bennebroek verklaarde het bezwaar tegen dit besluit ongegrond op 12 augustus 2003, een besluit dat niet werd aangevochten.
Appellant verzocht later om herziening van het besluit, onder verwijzing naar een arrest van het Gerechtshof waarin het wederrechtelijk verkregen voordeel werd vastgesteld op een lager bedrag en de betalingsverplichting nihil werd verklaard. Dit verzoek werd door het College afgewezen en het bezwaar tegen deze afwijzing werd ongegrond verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze laatste beslissing ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het arrest van het Gerechtshof geen nieuw feit of veranderde omstandigheid vormt in de zin van artikel 4:6 Awb Pro en dat de appellant zijn bezwaren eerder had kunnen aanvoeren. De Raad bevestigt daarom het besluit van het College en de uitspraak van de rechtbank.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De Raad benadrukt dat evidente onjuistheden in het oorspronkelijke besluit op zichzelf geen reden zijn voor herziening.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek tot herziening van het besluit tot intrekking van bijstand.