ECLI:NL:CRVB:2009:BI4635
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- T. Hoogenboom
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV en toekenning WGA-uitkering met schadevergoeding
Appellant vroeg op 15 december 2005 een WIA-uitkering aan, die door het UWV op 28 februari 2006 werd ontzegd wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. Het bezwaar tegen dit besluit werd op 9 oktober 2006 ongegrond verklaard. Appellant stelde beroep in tegen dit besluit en het daaropvolgende besluit van 22 juni 2007, waarin het UWV de arbeidsongeschiktheid herberekende op 37,9% en een WGA-uitkering toekende.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van 9 oktober 2006 niet-ontvankelijk en het beroep tegen het besluit van 22 juni 2007 ongegrond. De rechtbank oordeelde dat appellant geen belang had bij vernietiging van het eerste besluit omdat geen schadeverzoek was ingediend.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat de rechtbank ten onrechte niet heeft beslist op het schadeverzoek van appellant. Daarom vernietigt de Raad het besluit van 9 oktober 2006, verklaart het beroep gegrond en veroordeelt het UWV tot vergoeding van wettelijke rente vanaf 1 april 2006. Het beroep tegen het besluit van 22 juni 2007 wordt bevestigd, zij het onder verbeterde gronden. Tevens wordt het UWV veroordeeld tot betaling van proceskosten en het griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 9 oktober 2006 wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het UWV veroordeeld tot schadevergoeding en proceskostenvergoeding.