ECLI:NL:CRVB:2009:BI4644
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R. Kooper
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding zonder melding
Appellante sub 1 ontving bijstand als alleenstaande, maar uit onderzoek bleek dat zij vanaf 1991, met een onderbreking in 2004, een gezamenlijke huishouding voerde met betrokkene zonder dit te melden aan het College. Het College trok de bijstand in en vorderde de ten onrechte ontvangen bedragen terug.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de invordering niet-ontvankelijk, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigde dit besluit en oordeelde dat het bezwaar wel ontvankelijk is. De Raad stelde vast dat het College het invorderingsbedrag van 15 februari 2006 onjuist had vastgesteld, mede doordat het College de aflossing van een lening niet had meegenomen, ondanks dat appellanten hierover voldoende informatie hadden verstrekt.
De Raad bevestigde dat het bestaan van een gezamenlijke huishouding voldoende vaststaat en dat appellanten de inlichtingenplicht hebben geschonden. Er waren geen dringende redenen om van terugvordering af te zien. Het College werd veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente over het te veel betaalde bedrag en tot betaling van de kosten van bezwaar en proceskosten. Het beroep werd in zoverre gegrond verklaard en het besluit herroepen, voor het overige werd de uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het invorderingsbedrag van 15 februari 2006 is gegrond verklaard en het College veroordeeld tot rentevergoeding en kosten, het overige is bevestigd.