ECLI:NL:CRVB:2009:BI4658
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting en terugvordering WAO-uitkering wegens niet gemelde arbeidsinkomsten uit documentvervalsing
Appellant ontvangt sinds 1992 een WAO-uitkering en werd in 2005 onherroepelijk veroordeeld tot gevangenisstraf en boete voor het vervalsen van reisdocumenten en valsheid in geschrift. Uit onderzoek bleek dat appellant in de relevante periode aanzienlijke contante bedragen op zijn bankrekening stortte, die niet waren gemeld bij het UWV. Het UWV schatte de arbeidsinkomsten op basis van een analyse van de geldstromen, wat appellant betwistte en probeerde te weerleggen met verklaringen over leningen, erfenis, gokopbrengsten en verkoop van een auto.
De Raad oordeelt dat de feiten voldoende steun bieden voor de aanname dat appellant illegale inkomsten uit documentvervalsing genoot en dat hij zijn inlichtingenplicht schond door geen sluitende boekhouding te voeren. De schatting van het UWV wordt als redelijk beoordeeld, mede omdat appellant geen ondubbelzinnige, concrete en verifieerbare inkomensgegevens heeft aangeleverd om deze te weerleggen.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat de medeverdachte een ander tijdvak betreft. De Raad bevestigt daarom de eerdere uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen aanleiding gezien voor een kostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de korting en terugvordering van de WAO-uitkering wegens niet gemelde arbeidsinkomsten.