ECLI:NL:CRVB:2009:BI4762
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering ondanks niet-geregistreerd verzekeringsarts in primaire fase
Appellante, voormalig medewerker in een kippenslachterij, viel uit wegens rugklachten en onderging een herniaoperatie. Het UWV weigerde haar een WIA-uitkering toe te kennen, wat door de rechtbank werd bevestigd. In hoger beroep stelde appellante dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was omdat de verzekeringsarts Tissingh ten tijde van het onderzoek niet geregistreerd was.
De Raad overwoog dat hoewel Tissingh pas na het onderzoek geregistreerd werd, het gebrek in de bezwaarfase door een geregistreerde arts was hersteld. Deze bezwaarverzekeringsarts bevestigde de beperkingen en mogelijkheden van appellante op basis van een uitgebreid dossier en eigen observaties. De Raad vond dat een tweede lichamelijk onderzoek niet noodzakelijk was.
Daarnaast achtte de Raad de arbeidsdeskundige onderbouwing voldoende en vond dat de schatting van functies waarop appellante inzetbaar is, gebaseerd was op een voldoende aantal functies. De door appellante ervaren klachten zijn niet bepalend voor de mate van arbeidsongeschiktheid. De Raad verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.