ECLI:NL:CRVB:2009:BI4909
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- H.C.P. Venema
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens onjuist opgegeven woonadres
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en gaf op sinds 9 september 2002 woonachtig te zijn op een adres te ’s-Gravenhage. Het College stelde op basis van onderzoek vast dat appellant niet op dat adres woonde. Een onaangekondigd huisbezoek en verklaringen van de hoofdbewoner ondersteunden dit.
Het College trok de bijstand over de periode van 9 september 2002 tot 1 december 2004 in en vorderde de kosten van €24.005,16 terug. Tevens verlaagde het College de bijstand met 30% voor een maand wegens schending van de inlichtingenplicht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, hetgeen appellant in hoger beroep aanvocht.
De Raad oordeelde dat de onderzoeksbevindingen voldoende waren om te concluderen dat appellant niet op het opgegeven adres woonde en dat het College terecht de bijstand introk en terugvorderde. Ook de maatregel van verlaging van bijstand was gerechtvaardigd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.