ECLI:NL:CRVB:2009:BI4925
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- C.P.M. van de Kerkhof
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens herstel arbeidsgeschiktheid na psychische klachten
Appellante, administratief medewerkster, viel op 7 september 2005 uit wegens psychische spanningsklachten. Het UWV beëindigde op 4 juli 2006 haar Ziektewetuitkering per 24 april 2006, omdat zij niet langer arbeidsongeschikt zou zijn. Appellante maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, en ging in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam die het UWV-standpunt bevestigde.
De Raad overwoog dat de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts zorgvuldig onderzoek hadden verricht, waarbij ook medische gegevens van de psycholoog waren betrokken. Er was geen sprake van een ernstig invaliderende stoornis die het verrichten van haar administratieve werkzaamheden onmogelijk maakte. Appellante kon haar stelling dat zij na ziekmelding ernstiger arbeidsongeschikt was geworden niet onderbouwen.
Ook werd het argument van appellante verworpen dat zij niet kon deelnemen aan de hoorzitting wegens spanningen, aangezien dit niet was onderbouwd en er geen reden was voor confrontatie met de primaire verzekeringsarts. Gegevens over medicijngebruik leidden niet tot twijfel aan de conclusies van de artsen. De Raad zag geen aanleiding om het bestreden besluit te vernietigen en bevestigde de uitspraak dat appellante sinds 24 april 2006 niet meer ongeschikt is voor haar arbeid.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante sinds 24 april 2006 niet langer ongeschikt is voor haar arbeid en de Ziektewetuitkering terecht is beëindigd.