ECLI:NL:CRVB:2009:BI4996
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging recht op ziekengeld wegens arbeidsongeschiktheid per 31 januari 2003
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar recht op ziekengeld per 31 januari 2003 te beëindigen, omdat zij meende niet in staat te zijn haar arbeid als productiemedewerkster te verrichten vanwege rugklachten, maagklachten en zwangerschap. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat het UWV voldoende zorgvuldig onderzoek had gedaan.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het UWV ten onrechte had geconcludeerd dat zij niet arbeidsongeschikt was. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de bezwaarverzekeringsarts onderzoek had gedaan, waarbij medische informatie van de huisarts en verloskundige was ingewonnen en appellante zelf was onderzocht. De arts concludeerde dat de rugklachten niet nader waren gedocumenteerd en geen reden gaven tot arbeidsongeschiktheid, dat de maagklachten geen beperkingen veroorzaakten en dat psychische klachten niet waren aangetoond.
De Raad vond het onderzoek voldoende zorgvuldig en de motivatie toereikend om te oordelen dat appellante per 31 januari 2003 in staat was tot haar arbeid. Omdat appellante geen nieuwe medische gegevens had overgelegd, werd het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Tevens werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het recht op ziekengeld per 31 januari 2003 wordt terecht beëindigd.