ECLI:NL:CRVB:2009:BI5296
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsuitkering wegens niet-woonachtig zijn op opgegeven adres
Appellant, die tot 1 december 2006 gedetineerd was, vroeg op 4 december 2006 een bijstandsuitkering aan met opgave van het adres van zijn zuster als hoofdverblijfplaats. Het College van burgemeester en wethouders van Nijmegen verstrekte voorschotten, maar wees later de uitkering af en vorderde de voorschotten terug omdat appellant niet op het opgegeven adres woonde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond op basis van een huisbezoek en onderzoek waaruit bleek dat appellant nauwelijks persoonlijke bezittingen op het adres had en geen sleutel bezat. Appellant voerde aan dat hij tijdelijk bij zijn zus verbleef en dat er kleding in de wasmachine lag, maar dit werd niet aannemelijk gemaakt.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank. Het rapport van het huisbezoek vermeldde alleen een tas met enkele kledingstukken, maar geen sokken of ondergoed. Er was geen bewijs dat appellant de gemeente hierover had geïnformeerd. De Raad ziet geen reden om het hoger beroep te honoreren en bevestigt de afwijzing van de bijstandsuitkering en terugvordering van voorschotten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijstandsuitkering wordt bevestigd.