ECLI:NL:CRVB:2009:BI5365
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gedeeltelijke herziening WW-uitkering wegens schending inlichtingenplicht zelfstandige
Appellant ontving vanaf oktober 2002 WW-uitkeringen en werd in 2006 door het UWV gedeeltelijk teruggefloten met terugwerkende kracht vanaf januari 2003, omdat hij niet de juiste informatie had verstrekt over zijn zelfstandige werkzaamheden. Het geschil betrof de vraag of appellant voldoende uren als zelfstandige had gewerkt en of hij zijn inlichtingenplicht had nageleefd.
De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard, waarbij het UWV mocht uitgaan van de door appellant opgegeven 23,5 uur per week als zelfstandige. Appellant stelde in hoger beroep dat hij tot september 2004 nauwelijks als freelancer had gewerkt en dat hij slechts declarabele uren hoefde op te geven. De Raad overwoog dat ook niet-declarabele uren die direct verband houden met de zelfstandige werkzaamheden meetellen voor de zelfstandigenaftrek.
De Raad concludeerde dat appellant de vereiste 1.225 uren had gewerkt en dat het UWV op die opgave mocht vertrouwen. Het feit dat appellant later aan de Belastingdienst meldde ten onrechte zelfstandigenaftrek te hebben geclaimd, was onvoldoende om de vaststelling te betwisten. Omdat appellant niet alle uren op zijn werkbriefje had vermeld, oordeelde de Raad dat hij zijn inlichtingenplicht had geschonden. De strafrechtelijke vrijspraak over een deel van de periode deed hieraan niet af. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de gedeeltelijke herziening van de WW-uitkering bevestigd wegens schending van de inlichtingenplicht.