ECLI:NL:CRVB:2009:BI5902
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering wegens onvoldoende medische grondslag voor hogere beperkingen
Appellant, voormalig bedrijfsleider, kreeg in 1993 een WAO-uitkering toegekend wegens artritis psoriatica en enkelklachten, met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. In 2005 vond een herbeoordeling plaats waarbij een verzekeringsarts concludeerde dat de aandoening stabiel en relatief mild was, met beperkingen die een urenbeperking en geen zwaar fysiek werk toelieten. Op basis hiervan herzag het UWV in 2006 de uitkering naar 45-55% arbeidsongeschiktheid.
Tijdens bezwaar en beroep werden aanvullende arbeidsdeskundige rapporten opgesteld, leidend tot een aangepaste inschatting van 55-65% arbeidsongeschiktheid. Appellant voerde aan niet in staat te zijn zes uur per dag te werken en verzocht om een gespecialiseerde deskundige. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en verklaarde het beroep tegen het tweede besluit ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd, waarbij ook informatie van de behandelend reumatoloog is betrokken. Er zijn geen objectieve medische aanwijzingen dat appellant ten tijde van de datum in geding meer beperkt was dan het UWV aannam. De functies waarop de schatting is gebaseerd, worden medisch als geschikt beschouwd. Het hoger beroep wordt verworpen en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de herziening van de WAO-uitkering naar 55-65% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.