ECLI:NL:CRVB:2009:BI5961
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na beoordeling medische en arbeidskundige grondslag
Appellante, werkzaam als caissière, viel in december 1994 uit wegens zwangerschapsklachten en kreeg later psychische klachten waaronder angst en paniekaanvallen. Haar WAO-uitkering werd aanvankelijk toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%, maar het UWV herzag dit in 2005 naar 25-35%.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de herziening ongegrond, omdat de medische en arbeidskundige beoordeling voldoende was onderbouwd en de functies passend waren. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen werden onderschat en dat zij niet in staat was de functies te vervullen.
De Raad volgde de rechtbank en concludeerde dat de medische beperkingen juist waren vastgesteld. De paniekstoornis was deels in remissie en de functionele mogelijkhedenlijst (FML) weerspiegelde de beperkingen adequaat. Er was geen objectief-medische grond om de beoordeling van het UWV te betwijfelen.
Ook werd geoordeeld dat taken in de huishouding en de zorg voor kinderen niet in de beoordeling van arbeidsongeschiktheid mogen worden betrokken. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 25-35% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd en het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard.