ECLI:NL:CRVB:2009:BI6007
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- G.W.B. van Westen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening WAO-dagloon wegens ontbreken nieuwe feiten en onregelmatig overwerk
Appellant heeft verzocht om herziening van het WAO-dagloon dat in 1993 is vastgesteld. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) wees dit verzoek af, waarna appellant in hoger beroep ging bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad oordeelde dat voor de periode voorafgaand aan het verzoek geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die herziening rechtvaardigen.
Daarnaast stelde appellant dat een eenmalige betaling van f 2.500,-- wegens overwerk bij de dagloonberekening had moeten worden betrokken. De Raad verwees naar het Bijzonder Dagloonbesluit WAO, waarin is bepaald dat overwerk alleen wordt meegenomen indien dit gedurende het gehele of nagenoeg gehele jaar gemiddeld minstens één uur per dag werd verricht. Een eenmalige betaling valt hier niet onder en kan dus niet worden meegenomen.
Gezien het korte dienstverband en het incidentele karakter van het overwerk werd de betaling niet als regulier overwerk beschouwd. De Raad concludeerde dat het oorspronkelijke dagloon niet te laag was vastgesteld en dat ook bezwaar destijds geen verhoging had kunnen opleveren. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van het WAO-dagloon wordt afgewezen en de eerdere beslissing bevestigd.