ECLI:NL:CRVB:2010:BL7153
Centrale Raad van Beroep
- Herziening
- R.C. Schoemaker
- R. Kooper
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening van bestuursrechtelijke uitspraak inzake WAO
Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een uitspraak van 12 mei 2009 inzake een WAO-zaak. Tijdens de zitting op 14 januari 2010 is verzoeker in persoon verschenen, terwijl het UWV zich niet heeft laten vertegenwoordigen.
Verzoeker stelde dat de Raad in de eerdere uitspraak feiten onjuist had vastgesteld en zijn eigen jurisprudentie niet had toegepast, wat leidde tot een onjuist oordeel. De Raad overweegt dat het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet bedoeld is om een hernieuwde discussie over de zaak te voeren of de juistheid van de uitspraak ter discussie te stellen, tenzij er sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden.
Omdat uit het verzoekschrift noch uit de zitting is gebleken dat er nieuwe feiten of omstandigheden zijn die aan de voorwaarden van artikel 8:88 Awb Pro voldoen, wordt het verzoek om herziening afgewezen. De Raad ziet ook geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzitter R.C. Schoemaker en leden R. Kooper en C. van Viegen, in aanwezigheid van griffier R.L.G. Boot.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de eerdere uitspraak wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.