ECLI:NL:CRVB:2009:BI6038
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.H.M. Roelofs
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit herziening bijstand wegens onduidelijke fraudegrondslag
Appellante maakte bezwaar tegen besluiten van de Commissie Sociale Zekerheid van de gemeente Breda waarin bijstand werd herzien en teruggevorderd op grond van vermeende fraude en niet gemelde inkomsten. De Commissie kwalificeerde een vordering als fraudevordering, wat gevolgen had voor de kwijtscheldingsmogelijkheden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het besluit van 16 augustus 2002 waarop de vordering is gebaseerd geen sprake maakt van schending van een inlichtingenverplichting en dat de Commissie ten onrechte de vordering als fraudevordering heeft aangemerkt. Tevens is onduidelijk hoe de bedragen van de hoofdsom en aflossingen zijn vastgesteld.
De Raad vernietigt het besluit van 16 februari 2007 en de uitspraak van de rechtbank en beveelt de Commissie een nieuw besluit op bezwaar te nemen waarbij appellante gehoord moet worden. De Raad wijst op het Debiteurenbeleid dat voorschrijft dat vorderingen afzonderlijk beoordeeld moeten worden en dat individuele omstandigheden bij niet-fraudevorderingen kunnen leiden tot kwijtschelding.
Tot slot veroordeelt de Raad de Commissie in de proceskosten van appellante en bepaalt dat de gemeente Breda het betaalde griffierecht vergoedt.
Uitkomst: Het bestreden besluit en uitspraak worden vernietigd en de Commissie wordt opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak.