ECLI:NL:CRVB:2009:BI6151
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- A.B.J. van der Ham
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering activiteitenpremie wegens vrijwilligerswerk bij re-integratietraject
Betrokkene ontving sinds 1996 een bijstandsuitkering en vroeg in 1998 een activiteitenpremie aan vanwege vrijwilligerswerk. Het College wees deze aanvraag af, waarna meerdere procedures volgden, waarbij eerdere besluiten werden vernietigd en opnieuw genomen. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene tegen het besluit van 19 oktober 2006 gegrond en vernietigde dat besluit.
In hoger beroep bestreed het College deze uitspraak en voerde aan dat er nog re-integratietrajecten liepen gericht op uitstroom naar regulier werk, ondanks het ontbreken van een formeel trajectplan. De Raad oordeelde dat dit feitelijk voldoende was om de weigering van de premie te dragen, omdat het vrijwilligerswerk niet los stond van de re-integratieactiviteiten.
De Raad verwierp de stelling van betrokkene dat het College het nut van de trajecten niet inzag en dat hij zelf druk moest uitoefenen om deel te nemen. De Raad stelde vast dat het College de trajecten als zinvol beschouwde en financierde. Pas in 2004 en 2005 werden verplichtingen en re-integratieactiviteiten stopgezet, waartegen betrokkene bezwaar maakte.
De Centrale Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de activiteitenpremie bevestigd.