ECLI:NL:CRVB:2009:BI6153
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellante ontving sinds 1992 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een herbeoordeling door het UWV werd haar uitkering per 7 maart 2006 ingetrokken op basis van een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) waarin minder beperkingen werden vastgesteld.
Appellante maakte bezwaar en stelde dat haar klachten waren toegenomen en zij niet in staat was de werkzaamheden te verrichten. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de FML juist was vastgesteld. Het UWV had voldoende duidelijk gemaakt dat appellante de werkzaamheden kon uitvoeren.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren, maar leverde geen nieuwe objectief-medische gegevens. De Raad onderschreef de eerdere overwegingen en concludeerde dat appellante niet meer dan 15% arbeidsongeschikt was en de werkzaamheden kon verrichten.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellante in staat was de werkzaamheden te verrichten die bij de functies horen.