ECLI:NL:CRVB:2009:BI6212
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- J.F. Bandringa
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking bijstandsuitkering wegens onroerende zaken in Turkije
Appellante ontving sinds 1988 een bijstandsuitkering. Het College trok deze in vanaf 22 juni 1988 omdat zij onroerende zaken in Turkije bezat die niet waren gemeld, waardoor zij haar inlichtingenverplichting schond. De Raad stelt vast dat het appartementencomplex tot 20 december 1996 op naam van appellante stond en dat zij geen schulden aannemelijk heeft gemaakt om het vermogen te verminderen. Daarom had zij geen recht op bijstand over die periode.
Vanaf 20 december 1996 is er sprake van een koopovereenkomst waarbij het complex aan een derde is verkocht, maar de registratie op naam van die derde vond pas in 2005 plaats. De Raad oordeelt dat appellante vanaf die datum niet meer vrij over het complex kon beschikken en dat het College de intrekking van bijstand vanaf die datum terecht handhaaft.
De Raad vernietigt het besluit voor de periode 1988-1996 vanwege onjuiste motivering, maar laat de rechtsgevolgen daarvan in stand. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen, maar het College wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Besluit intrekking bijstand over 1988-1996 wordt vernietigd, intrekking vanaf 1996 en terugvordering blijven gehandhaafd.