ECLI:NL:CRVB:2009:BI6707
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en beoordeling medische beperkingen concentratieproblemen
Betrokkene ontving een WAO-uitkering die bij besluit van 8 december 2004 werd herzien van 80-100% naar 25-35% arbeidsongeschiktheid. Het bezwaar van betrokkene tegen dit besluit werd ongegrond verklaard. De rechtbank Amsterdam vernietigde dit besluit echter, omdat zij oordeelde dat de medische grondslag ondeugdelijk was gemotiveerd, met name vanwege het ontbreken van beperkingen bij concentratie in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
In hoger beroep stelde appellant dat geen cognitieve functiestoornissen of concentratieproblemen waren vastgesteld in de medische rapporten. Betrokkene voerde aan dat zij door pijnklachten slecht slaapt, medicatie gebruikt en daardoor concentratieproblemen ervaart. De Raad beoordeelde de medische stukken, inclusief het dossier van betrokkene, en concludeerde dat geen aanwijzingen zijn voor concentratieproblemen als gevolg van pijn.
De Raad stelde vast dat de FML van 1 maart 2007 adequaat de beperkingen in kaart bracht, inclusief het vermogen om zich minimaal een half uur te concentreren. Ook de aanvullende rapportage van de bezwaararbeidsdeskundige gaf voldoende toelichting op de belastende aspecten van de functies. Daarom vernietigde de Raad het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond, waarmee het bestreden besluit in stand blijft.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.