ECLI:NL:CRVB:2009:BI6829
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.F. Bandringa
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvordering bijzondere bijstand na toekenning Wajong-uitkering wegens ontbreken beschikking over middelen
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) als alleenstaande ouder. Later werd haar met terugwerkende kracht een Wajong-uitkering toegekend voor een overlappende periode. Het UWV betaalde de Wajong-uitkering echter niet rechtstreeks aan appellante, maar verrekende deze met het College dat de bijstand verstrekte.
Het College vorderde op grond van artikel 58 WWB Pro de bijzondere bijstand terug, omdat appellante over de Wajong-uitkering zou beschikken. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze terugvordering ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Raad dat appellante feitelijk niet over de Wajong-uitkering kon beschikken, omdat deze aan het College was betaald.
De Raad vernietigt daarom het terugvorderingsbesluit en het besluit tot intrekking van de bijstand, en veroordeelt het College in de proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van feitelijke beschikking over middelen bij terugvordering van bijstand.
Uitkomst: De terugvordering van bijzondere bijstand wordt vernietigd omdat appellante feitelijk niet over de Wajong-uitkering kon beschikken.