ECLI:NL:CRVB:2009:BI6845
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- A.B.J. van der Ham
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugkomen op besluit bijstand wegens ontbreken nieuw feiten
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad die het beroep tegen het besluit van 29 januari 2007 ongegrond verklaarde. Het geschil betreft de vraag of appellant terecht is geweigerd terug te komen op het besluit van 15 februari 2005 inzake bijstand.
De rechtbank oordeelde dat de door appellant aangevoerde feiten niet kunnen worden aangemerkt als nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden in de zin van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Appellant voerde aan dat een eerdere uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage zou aantonen dat hij ten tijde van zijn aanvraag rechtmatig verblijf had, wat zou leiden tot een evidente onjuistheid van het oorspronkelijke besluit.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en voegt toe dat kennelijke onjuistheid van het oorspronkelijke besluit op zichzelf geen beslissende rol speelt. Het College was bevoegd het verzoek om terug te komen op het besluit af te wijzen. De Raad ziet geen reden om het College te verwijten niet in redelijkheid van die bevoegdheid gebruik te hebben gemaakt. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.