ECLI:NL:CRVB:2009:BI6945
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.F. Bandringa
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering bijstand en bezwaar niet-ontvankelijk verklaard
Appellante maakte bezwaar tegen een brief van het College waarin werd gesteld dat zij hoofdelijk aansprakelijk was voor terugvordering van bijstandskosten aan [V.], met wie zij een gezamenlijke huishouding voerde. Het College had de bijstand aan [V.] ingetrokken wegens schending van de inlichtingenverplichting en vorderde de kosten terug.
De Raad oordeelt dat de brief van 7 augustus 2006 geen kenbaar besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht bevatte, waardoor het bezwaar tegen deze brief niet-ontvankelijk verklaard had moeten worden. Het College had het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard, zij het op onjuiste gronden. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dat besluit eveneens terecht ongegrond.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt het College in de proceskosten van appellante, inclusief vergoeding van het griffierecht. De zaak betreft de toepassing van artikel 59 WWB Pro over hoofdelijke aansprakelijkheid voor terugvordering van bijstandskosten bij gezamenlijke huishouding en de vereisten voor een kenbaar besluit.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat de brief geen besluit was en verklaart bezwaar en beroep niet-ontvankelijk en ongegrond, met veroordeling van het College in proceskosten.