ECLI:NL:CRVB:2009:BI6969
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Ontbreken van procesbelang bij nevenwerkzaamheden na ontbinding organisatie
Appellante, werkzaam als arts jeugdgezondheidszorg bij de Regio Twente, wilde nevenwerkzaamheden verrichten voor de Forensisch geneeskundige Maatschap Twente (FOMAT). Het dagelijks bestuur verbood deze werkzaamheden op grond van de Arbeidsvoorwaarden en Regelingen Regio Twente (ART). Appellante maakte bezwaar, dat werd afgewezen wegens ontbreken van procesbelang.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat het procesbelang lag in de principiële vraag over de toelaatbaarheid van nevenwerkzaamheden van artsen buiten werktijd. De Raad overwoog echter dat het enkel verlangen naar een principiële uitspraak niet voldoende is voor procesbelang.
Verder was de FOMAT per 31 december 2006 ontbonden, en had appellante in de relevante periode geen nevenwerkzaamheden verricht. Hierdoor bestond geen concreet belang meer bij een uitspraak over de toelaatbaarheid van de nevenwerkzaamheden. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van procesbelang en de eerdere uitspraak wordt bevestigd.