ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0627
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- K. Zeilemaker
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang bij berisping wegens bellen tijdens dienst
Betrokkene, werkzaam als trambestuurder bij het Gemeentevervoerbedrijf, kreeg op 4 juli 2003 een disciplinaire straf opgelegd wegens bellen met een mobiele telefoon tijdens zijn dienst. De opgelegde straf was voorwaardelijk ontslag met een proeftijd van twee jaar. Na bezwaar handhaafde de gemeente Amsterdam deze straf.
De rechtbank Amsterdam vernietigde het besluit en oordeelde dat het beleid van de gemeente kennelijk onredelijk was, omdat de sanctie van voorwaardelijk ontslag onevenredig was ten opzichte van het plichtsverzuim, mede omdat het een eenmalige overtreding betrof en er geen passagiers aanwezig waren.
In hoger beroep stelde de gemeente dat het beleid inmiddels was aangepast en dat betrokkene een berisping had ontvangen, waartegen hij geen bezwaar had gemaakt. De gemeente wilde echter het uitgangspunt handhaven dat bellen in een rijdend voertuig met passagiers een ernstige overtreding is die voorwaardelijk ontslag rechtvaardigt. De Raad stelde vast dat er geen geschil meer bestond tussen partijen en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang.
De Raad wees tevens een verzoek om proceskostenvergoeding af en bepaalde dat de gemeente een griffierecht van €422,- moet betalen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de gemeente Amsterdam wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.