ECLI:NL:CRVB:2009:BI6982
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R. Kooper
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag bijstand na huisbezoek wegens twijfel woonadres
Appellant diende op 23 mei 2006 een aanvraag in voor bijstand, waarbij hij aangaf een kamer te bewonen op een bepaald adres. Naar aanleiding hiervan vond op 24 juli 2006 een gesprek en aansluitend een huisbezoek plaats. Het College wees de aanvraag af op grond van twijfel aan de juistheid van het opgegeven woonadres. Appellant had eerder bijstand ontvangen, die was ingetrokken omdat hij niet had gereageerd op oproepen op het adres.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het huisbezoek zonder 'informed consent' was verricht, omdat hem niet was meegedeeld dat weigering van toestemming zonder consequenties zou blijven. De Raad overwoog dat bij twijfel aan de juistheid van gegevens het bestuursorgaan niet verplicht is die mededeling te doen.
De Raad stelde vast dat er voldoende reden was om te twijfelen aan het woonadres, mede door onduidelijke en tegenstrijdige verklaringen van appellant over zijn kosten van bestaan en kamerhuur. Daarom was het huisbezoek gerechtvaardigd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen en het hoger beroep ongegrond verklaard wegens twijfel aan het woonadres en rechtmatig huisbezoek.