ECLI:NL:CRVB:2009:BI7116
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- J.F. Bandringa
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Herziening, intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens verzwegen huurinkomsten en verblijf buitenland
Appellante ontving bijstand en verzweeg inkomsten uit verhuur van woningen in Suriname en een bankrekening op haar naam. Het College herzag en trok bijstand in en vorderde ten onrechte betaalde bedragen terug. Tevens werd de bijstand een maand met 100% verlaagd wegens schending van de inlichtingenplicht.
De Raad oordeelde dat het feit dat de bankrekening op naam van appellante stond, de veronderstelling rechtvaardigde dat zij over het tegoed beschikte. Appellante slaagde er niet in het tegendeel te bewijzen. De intrekking wegens verblijf langer dan vier weken in het buitenland werd vernietigd omdat appellante ouder dan 57,5 jaar was en recht had op 13 weken vakantie in het buitenland.
De terugvordering van de bijstand was gegrond omdat aan de voorwaarden was voldaan. De verlaging van de bijstand met 100% gedurende een maand was passend gezien de ernst van de schending van de inlichtingenplicht. De Raad veroordeelde het College in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt gegrond verklaard, het besluit tot intrekking van bijstand wegens verblijf buitenland wordt vernietigd, herziening en terugvordering bevestigd, en het College veroordeeld in proceskosten.