Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2009:BI7353

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
26 mei 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-3512 WWB-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens niet-betaling griffierecht binnen gestelde termijn

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn. Vervolgens heeft appellant verzet gedaan tegen deze niet-ontvankelijkverklaring.

Tijdens de zitting op 14 april 2009 verscheen appellant persoonlijk, terwijl het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam zich niet liet vertegenwoordigen. De Raad overwoog dat het griffierecht niet binnen de termijn van vier weken, gesteld bij brief van 3 oktober 2008, was betaald. Appellant kon niet aannemelijk maken dat hij niet in verzuim was.

Op grond hiervan verklaarde de Centrale Raad van Beroep het verzet ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien om appellant te veroordelen in de kosten van het verzet. De uitspraak werd gedaan op 26 mei 2009 door rechter T.G.M. Simons, in aanwezigheid van griffier D.W.M. Kaldenhoven.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard omdat het griffierecht niet tijdig is betaald.

Uitspraak

08/3512 WWB-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 16 mei 2008, 07/2191, (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam (hierna: College)
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 18 november 2008 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 18 november 2008 heeft appellant verzet gedaan.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 april 2009. Appellant is in persoon verschenen. Het College heeft zich niet laten vertegenwoordigen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 18 november 2008, waarnaar de Raad verwijst, berust - kort weergegeven - op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij brief van 3 oktober 2008 nader gestelde termijn van vier weken is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
Vaststaat dat het verschuldigde griffierecht niet is betaald. Hetgeen appellant in verzet heeft aangevoerd, heeft geen betrekking op feiten en omstandigheden die zouden kunnen leiden tot het oordeel dat het verzuim appellant niet kan worden tegengeworpen.
Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.
Voor een veroordeling in de kosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons. De beslissing is, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier, uitgesproken in het openbaar op 26 mei 2009.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) D.W.M. Kaldenhoven.
DK