ECLI:NL:CRVB:2009:BI7354

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
26 mei 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-4782 WAJONG-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55, vijfde lid AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens niet-tijdig indienen hogerberoepschrift in WAJONG-zaken

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Utrecht in een WAJONG-zaak. De Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat het hogerberoepschrift niet binnen de wettelijke termijn van zes weken was ingediend.

Tegen deze beslissing is verzet ingesteld door de gemachtigde namens appellant, die aanvoerde dat het te laat indienen van het beroepschrift veroorzaakt werd door een korte vakantie en de chronische ziekte van appellant. Tijdens de zitting op 14 april 2009 heeft de Raad overwogen dat deze redenen onvoldoende zijn om het verzuim te rechtvaardigen.

De Raad merkte op dat geen verklaring is gegeven waarom het niet mogelijk was het beroepschrift binnen de termijn in te dienen, terwijl dit drie dagen na het verstrijken van de termijn wel kon. Daarom is het verzet ongegrond verklaard en is het eerdere oordeel gehandhaafd. De Raad ziet geen aanleiding om appellant te veroordelen in de kosten van het verzet.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

08/4782 WAJONG-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 27 juni 2008, 07/3664, (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 17 december 2008 heeft de Raad het namens appellant door zijn echtgenote [naam echtgenote] (hierna: gemachtigde) ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 17 december 2008 heeft de gemachtigde namens appellant verzet gedaan.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 april 2009. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door de gemachtigde en het Uwv door J. Kouveld.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 17 december 2008 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
De gemachtigde heeft in verzet herhaald dat het beroepschrift niet binnen de wettelijke termijn van zes weken is ingediend als gevolg van een korte vakantie (van enkele dagen) van haar en appellant en als gevolg van de - chronische - ziekte van appellant.
De Raad ziet geen gronden om te komen tot een ander oordeel dan neergelegd in zijn uitspraak van 17 december 2008. De gemachtigde heeft met name geen verklaring kunnen geven voor het feit dat het binnen de termijn niet en drie dagen na het verstrijken van de termijn wel mogelijk is geweest een hogerberoepschrift in te dienen.
Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.
Voor een veroordeling in de kosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons. De beslissing is, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier, uitgesproken in het openbaar op 26 mei 2009.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) D.W.M. Kaldenhoven.
DK